Welke schade kan verhaald worden?

Ruwweg denken we aan drie soorten schade als gevolg van letsel. Allereerst aan de directe kosten die door het letsel worden veroorzaakt en meestal betrekking hebben op periode van behandeling en herstel.

De tweede categorie betreft de gevolgschade, die mogelijk consequenties heeft ook voor de langere termijn. Bijvoorbeeld het inkomensverschil tussen het salaris dat werd verdiend en de uitkering als gevolg van arbeidsongeschiktheid. Wanneer sprake is van blijvende arbeidsongeschiktheid, heeft dat verstrekkende gevolgen voor het inkomen in de toekomst. Het verschil met het oorspronkelijke salaris zal als schade kunnen worden verhaald. 

De laatste categorie betreft de immateriële schade, waarvan de vergoeding ook wel 'smartengeld' wordt genoemd. Dat betreft een min of meer symbolische vergoeding voor de pijn, de smart, de emoties, littekens en dergelijke die als gevolg van het letsel zijn ontstaan. Het is een vergoeding die eigenlijk nooit in echte verhouding staat tot het daadwerkelijk veroorzaakte leed. Het is de zogenaamde 'kleine pleister op de grote wond'. Toch is het van belang ook aan dit onderdeel van de schade serieuze aandacht te schenken.

Voor alle categorieën geldt dat het niet altijd eenvoudig is om de omvang te bepalen. Ervaring en deskundigheid spelen hierbij een uiterst belangrijke rol. Juist hier blijken wij keer op keer van grote betekenis te zijn voor onze cliënten.

Als vuistregel adviseren wij slachtoffers van letselschade in principe nooit zomaar akkoord te gaan met een eventuele schikking die door een verzekeraar wordt aangeboden.